|
'Eene uiterst-vreemde en nieuwe voorstelling der Heilige Mis maakt de bekroning uit', schreef C.F.-Xavier Smits in 1907 over dit dekstuk.23 Jan Hezenmans die in 1866 zijn visie op de ongerestaureerde banken publiceerde, identificeerde de voorganger van deze groep ook als een voorstelling van de Heilige Mis24 en op de tekeningen van Lambert Hezenmans uit 1863 is een dekstuk geschetst dat in grote lijnen overeenkomt met het huidige. Dit dateert in zijn geheel uit de jaren 1877-1881. Het toen nog | 73 |
|
aanwezige, beschadigde oorspronkelijke snijwerk werd door Van der Geld volledig verwijderd en door een gecompleteerde kopie vervangen.25 Hendrik van der Geld werkte hierbij betrekkelijk nauwgezet. In dit geval is dat, evenals de nauwgezetheid van Lambert Hezenmans' tekeningen, enigszins te controleren, aangezien het achterste gedeelte van de originele groep bewaard bleef: de beide grotere mannefiguren, die overigens op hun beurt ook weer werden gecompleteerd en van nieuwe hoofden en handen (alleen de voorste zanger) zijn voorzien.26 Desalniettemin moeten we ook hier, evenals bij het dekstuk met de voorstelling van de biecht, uiterst voorzichtig zijn en de neogotische duiding en restauratie niet te gemakkelijk beschouwen als de juiste visie op de oorspronkelijke sculptuur. Onduidelijk is immers hoeveel Lambert Hezenmans op zijn tekening - in feite een restauratie-ontwerp! - reconstrueerde en op welke gronden hij dat deed. Hij tekende hier immers hoe dan ook veel meer dan bewaard was; vast staat bovendien dat de visie van de gebroeders Hezenmans sterk doorspeelde in het restauratiewerk van Van der Geld, met als gevolg dat een en ander onontwarbaar werd. Het groepje dat Hendrik van der Geld als vervanging sneed, bestaat uit drie zangers, twee volwassenen en een jeugdige koorknaap, die te zamen zingen uit een opengeslagen foliant voor hen op een lessenaar. Tot zover is deze scene duidelijk, maar wat was de betekenis die Van der Geld er aan wilde geven en in hoeverre kwam die overeen met de oorspronkelijke of met die van Jan dan wel Lambert Hezenmans? Xavier Smits volgde, zoals we zagen met de nodige twijfel, de interpretatie van Jan Hezenmans ('de Heilige Mis'); Jan Mosmans stelde vraagtekens bij deze duiding en suggereerde dat het hier eerder gaat om:27 'het choorgebed ... meer in het bijzonder eene commemoratie voor overledenen.' De latere literatuur volgt voor het merendeel de eerste interpretatie, namelijk die van de Heilige Mis, hoewel er feitelijk in het geheel geen sprake is van de uitbeelding van de eucharistie. Pater Concordius van Goirle opperde in 1946 de mogelijkheid dat deze groep en daarmee in samenhang ook verschillende andere dekstukken, direct in verband gebracht zouden moeten worden met de Illustre-Lieve-Vrouwe-Broederschap en schreef aldus:28 'Het stelt voor de opluistering van de kerkelijke eredienst, maar door de leden der Illustre Lieve-Vrouwe-Broederschap. De kleine figuur is dan een "seolaris", de middelste een priester, de derde een "clericus", de bestudeerde, ontwikkelde burger, die de kruinschering droeg. Als men van de verhouding dier groepen binnen de Broederschap op de hoogte is, krijgt het humoristische en satyrische in de voorstelling heel wat meer relief.' Gegevens om deze interpretatie ook maar enigszins waar te maken ontbreken en verstandiger, maar wel minder spectaculair, is het om hij dit stuk beeldsnijwerk van Hendrik van der Geld niet verder te gaan dan C. Peeters in zijn boek uit 1985:29 '... drie caricaturaal opgevatte zangers voor een lutrijn met boek ...'. | 75 |
| Noten | |
| 23. | Smits 1907, p. 211. |
| 24. | Hezenmans 1866, p. 73. |
| 25. | Coppens & Van Goirle 1946, p. 9-11. |
| 26. | Coppens & Van Goirle 1946, p. 9-10; A.M. Koldeweij (ed.), In Buscoducis. Kunst uit de Bourgondische tijd te 's-Hertogenbosch (tentoonstellingscatalogus Noordbrabants Museum 's-Hertogenbosch), Maarssen/'s-Gravenhage 1990, deel 1, p. 91 cat. 42 (E. van Lith/A. van Pinxteren, 'Twee koorzangers'); A.H.E.M. Jansen, A.J.C. van Leeuwen, G.P.P. Vrins, 'Arbeyd sere soort tot eere'. Hendrik van der Geld, de neogotiek en de Brabantse beeldhouwkunst, Tilburg 1989 (Bijdragen tot de Geschiedenis van het Zuiden van Nederland, 80), p. 65-67. |
| 27. | Mosmans 1931, p. 38. |
| 28. | Coppens & Van Goirle 1946, p. 71-74. |
| 29. | Peeters 1985, p. 353. |
A.M. Koldeweij e.a., De koorbanken in de St.-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1991) 73, 75
Concordius van Goirle & Martien Coppens, De koorbanken van St. Jan (1946) 65-66, 73, 74, 128-135
A.H.E.M. Jansen, A.J.C. van Leeuwen en G.P.P. Vrins, 'Arbeyd sere voert tot eere' Hendrik van der Geld, de neogotiek en de Brabantse beeldhouwkunst (1989) 66 (afb. 33), 67
A.M. Koldeweij e.a., De koorbanken in de St.-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1991) 73-74, 74 (afb.)
Jan Mosmans, De St Janskerk te 's-Hertogenbosch (1931) 375 (afb. 228), 377
Jan van Oudheusden, De Sint Jan van 's-Hertogenbosch (1985) 71 (afb.)
J.J.M. van Susante (voorwoord), Sprekende stilte (1958) 40
Frans van Valderen, De kathedrale basiliek van St. Jan te 's Hertogenbosch (1949) 43